Over octrooi gesproken

OVER OCTROOI GESPROKEN

Een octrooi is het recht van een uitvinder zijn uitvinding gedurende een aantal jaren, meestal twintig, uitsluitend zelf technisch toe te passen. Sommige mensen gebruiken het Engelse woord ‘patent’, ik vind dat niet juist in een Nederlandse tekst. Een octrooi betreft uitsluitend uitvindingen die technisch gebruikt kunnen worden. Daarnaast kennen we het kopieerrecht (copyright) voor ander geestelijk eigendom.

De eigenaar mag een octrooi verkopen of anderen het recht verkopen zijn octrooi te gebruiken, in het laatste geval spreken we van een licentie.

Mijn neef Tegendraedt, die bij een grote firma werkt, had ooit de uitvinders in zijn portefeuille. Mensen, die dachten iets uitgevonden te hebben en dat idee aan de firma wilden verkopen, kwamen bij hem terecht.

Stel je voor zei mijn neef, zo iemand schrijft een brief naar de directie met vermelding van het feit dat zijn vader en onze directeur in dezelfde stad zijn geboren en elkaar wel eens hebben gezien.

Het beleid van de firma was zulke mensen vriendelijk te antwoorden dat we geen kennis wensten te nemen van niet geoctrooieerde uitvindingen, maar dat ze wel een keer langs mochten komen voor een gesprek met mij. Dan komt die man, nooit vrouwen, en vertelt dat hij iets heeft uitgevonden waarmee onze firma miljarden kan besparen. Hoe dan, vraag ik. Zo dom ben ik niet mijnheer zegt hij dan, eerst een miljoen Euro.

Als ik lach zegt mijn neef: Het is soms ook heel tragisch. Ik herinner me de vader met twee zoons. Vader is eigenaar van het familiebedrijf dat sinds de pensionnering van pa, door zijn zoons wordt geleid. Alle winst uit het bedrijf gaat al jaren naar een hal achter het bedrijf waar Pa uitvindingen doet. De zoons zien, dat daardoor het bedrijf verkommert en hun erfenis verdampt.

Pa legt uit wat hij doet en wat hij wil uitvinden. Voorzichtig zeg ik dat je alleen uitvindingen kan doen op een gebied waarvan je de huidige stand van de techniek beheerst. Bovendien, de uitvinding die hij wil doen kan helemaal niet want het zou strijdig zijn met de tweede hoofdwet van de thermodynamica. Als dan blijkt dat pa niet weet wat deze tweede hoofdwet inhoudt, wordt het heel stil aan tafel. Uiteindelijk bedanken de zoons voor het gesprek en nemen ze een tegenstribbelende vader mee.

Wie een octrooi wil aanvragen, heeft een octrooigemachtigde nodig, dat word je als academisch gevormd natuurwetenschapper door een opleiding daartoe te volgen. Daarna kun je beoordelen of de uitvinding nieuw is, dat is, niet eerder beschreven en of de uitvinding niet voorspelbaar is en dus geen uitvinding.

In mijn herinnering zei mijn neef waren alle uitvindingen die mijn neef geweldig vond op een terrein dat hij goed kende, volgens de octrooigemachtigde altijd voorspelbaar. Hij vond dat nogal arrogant van iemand die zelf nog nooit iets had uitgevonden. En als het niet voorspelbaar was, dan was het niet nieuw, de octrooigemachtigde vond dan ergens een schoolboek van vijftig jaar geleden waar iemand iets zei dat leek op de uitvinding die het laboratorium van mijn neef had gedaan.

Een ander nadeel is dat je octrooi alleen geldig is in de landen waar je het hebt aangevraagd. Wil een octrooi zin hebben moet je dus in veel landen aanvragen, dat wordt heel duur. In Europa hebben we tegenwoordig Europese octrooien, een stapje vooruit.

Vaak wordt het octrooieren van een uitvinding daarom te lastig of te duur gevonden, Er zijn dan twee alternatieven, publiceren of geheimhouden. Het handigst is een combinatie van de twee. Je publiceert zoveel dat iemand anders geen octrooi meer kan krijgen en houdt essentiële details geheim. Ook voor het verlenen van een licentie zijn octrooien niet noodzakelijk, je kunt kennis die je geheim gehouden hebt met een licentienemer delen en van hem verlangen dat hij de verkregen informatie op zijn beurt geheim houdt.

Voor de meeste firma’s is de opbrengst van licenties nog niet voldoende om de kosten van het onderzoek te betalen. Maar je kunt er ook de rijkste man ter wereld van worden. De truc was het recht om een programma te gebruiken te verkopen per computer,. zodat je iedere keer als je een nieuwe computer koopt opnieuw betaalt voor dezelfde uitvinding. En omdat je voor een licentie niet noodzakelijk octrooien nodig hebt, houdt het betalen na twintig jaar niet op.

Johannes Tegendraedt

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *